De Meander is een Daltonschool.

Het lesprogramma wijkt niet af van een gewone basisschool. Dat we een Daltonschool zijn merk je aan de organisatie, aan de manier waarop er les wordt gegeven en aan de manier waarop we met elkaar omgaan. De Meander is dus een school met een eigen gezicht. Eén van de fijne aspecten van het Daltononderwijs is, dat er geen twee scholen gelijk zijn. Dalton heeft namelijk geen eigen methodes of een strikt voorgeschreven werkwijze. Het is een manier van doen, gebaseerd op de volgende uitgangspunten, de Daltonprincipes: zelfstandigheid, samenwerking, vrijheid (binnen bepaalde grenzen) en verantwoordelijkheid.

De leerlingen bepalen zelf in welke volgorde ze de opdrachten van werktaak maken.

Het is de manier waarop de Daltonprincipes in praktijk worden gebracht, die bepaalt of een school een Daltonschool mag heten, want vrijblijvend is het natuurlijk niet. De Meander is lid van de Nederlandse Daltonvereniging en is bezig met het verkrijgen van het predikaat Daltonschool. Alle leerkrachten volgen dit schooljaar een cursus, zodat iedereen in het bezit komt van het Daltoncertificaat.

De principes van het Daltononderwijs zijn eigenlijk heel gewoon. Op veel scholen zullen ze ook onderschreven worden. Waar het om gaat is de manier waarop ze in praktijk worden gebracht. De Meander probeert een school te zijn waarin die principes in de hele organisatie zijn verweven. Dalton is de basis geworden voor wat wij het pedagogisch klimaat noemen. Centraal daarin staat de manier waarop we met elkaar omgaan. Met respect voor elkaars mening en levensovertuiging. Dat is de basis voor de dagelijkse gang van zaken. Als daar iets hapert, gaan zo nodig zelfs de lessen aan de kant en wordt erover gesproken.

 

Een herkenbaar aspect op alle Daltonscholen is het Daltonuur. Dat hoeft niet precies een uur te zijn, maar is dát deel van de dag waarin de kinderen zelfstandig hun taken uitvoeren. Vooraf is met de kinderen afgesproken welke taken er minimaal gedaan moeten worden. Het aantal taken en de periode waarbinnen ze gemaakt moeten worden, is afhankelijk van de leeftijd van de kinderen. Dat begint meteen al bij de kleuters. Ze zijn niet allemaal op hetzelfde moment met hetzelfde werk bezig, maar mogen zelf weten wanneer ze de verplichte taken uitvoeren. Als het maar binnen de afgesproken tijd gebeurt, bijvoorbeeld twee taken binnen een week. Zo leren ze al heel jong hun werk te plannen.

De ervaring leert dat de kinderen die vrijheid doorgaans al snel aankunnen en als prettig ervaren. Uiteraard gaat het in de eerste groepen nog op een speelse manier en worden ze daarin door de leerkracht begeleid. In de hogere groepen gaat het eigenlijk niet veel anders. Wel nemen de eigen verantwoordelijkheid en de zelfstandigheid toe naarmate de kinderen ouder worden. In het voortgezet onderwijs blijken ze veel profijt te hebben van die werkwijze. Vooral nu ook in het voortgezet onderwijs het zelfstandig werken steeds belangrijker wordt. Denk maar aan het Studiehuis.

De Daltongedachte krijgt steeds meer navolging, omdat die zo goed past in het tegenwoordige basisonderwijs. Veel van wat nu ‘vernieuwing’ wordt genoemd is ongeveer honderd jaar geleden al bedacht door Helen Parkhurst. Zij leefde van 1887 tot 1973 en was onderwijzeres in het plaatsje Dalton (in Massachusettes). Als beginnende onderwijzeres kreeg ze te maken met een groep van 40 leerlingen, verdeeld over 8 leerjaren. 'Normaal' lesgeven was praktisch onmogelijk, gezien het grote leeftijdsverschil. Zij koos voor een aanpak die was gebaseerd op een minimum aan lesgeven en een maximum aan zelfstudie. Zij overlegde met de leerlingen over wat hun verantwoordelijkheid zou kunnen zijn en welke rol de leraar hierin heeft. Eén en ander werd vastgelegd in een soort contract, een taak. Op deze manier kon zij alle kinderen de aandacht geven die ze verdienden. Het werd een aanpak die later werd overgenomen door de State High School in Dalton. Zo heeft het de naam Dalton gekregen.


De kleuters zijn zelfstandig aan het werk. Juf Angely helpt Dylan een beetje op weg.